De stadsmuur van Zutphen werd gebouwd als onderdeel van de verdedigingsstructuur rond de Nieuwstad. De muur verving een oudere aarden wal en werd in fasen opgetrokken. Tijdens het archeologisch onderzoek in 2008 werden meerdere stukken muur blootgelegd, waarvan één segment van 17 meter lengte en circa 1,80 meter hoogte bijzonder goed bewaard was. De constructie bestaat uit kloostermoppen in wild verband, met fundering direct op het schone zand. Vier steunberen waren nog aanwezig.
Interessant is dat onder een deel van de muur een Osnabrückse penning werd gevonden van bisschop Conrad II van Rietberg, die regeerde van 1270 tot 1297. Deze munt ondersteunt de datering van de muur in de vroege 14e eeuw, vermoedelijk tussen 1290 en 1320. Tijdens eerdere bouwprojecten op het terrein in 1938 en 1949 was al bekend dat er delen van de muur aanwezig waren, maar pas in 2008 werd het geheel zorgvuldig blootgelegd, gedocumenteerd en deels herplaatst in de nieuwbouw.
De opgraving toonde ook de samenhang tussen de muur en de voormalige stadsgrachten. Langs de muur werden sleuven gegraven die inzicht gaven in de grachtvullingen en de oorspronkelijke walstructuur. De aanwezigheid van deze goed geconserveerde structuur maakt het tot een van de belangrijkste vondsten in Zutphen van de laatste jaren.
De stadsmuur van Zutphen werd rond 1350 gebouwd ter vervanging van een eerdere aarden wal. Tijdens de opgraving is een intact stuk muur van 17 meter lang en 3 meter hoog blootgelegd. Op basis van de vondsten is de muur gedateerd rond de 14e eeuw. De opgraving heeft geleid tot herplaatsing van delen van de muur in de nieuwbouw van het Kruittorenplein.